10 weetjes over hoogbegaafdheid

Hoe meer ik leer over hoogbegaafdheid, des te meer ik ontdek hoeveel misvattingen er eigenlijk over bestaan! Wist jij deze feitjes al over hoogbegaafdheid?

 

1. Hoogbegaafdheid is méér dan een hoog IQ alleen!

Inderdaad, hoogbegaafden hebben een hoog IQ. Maar niet iedereen met een hoog IQ is hoogbegaafd! Wanneer je dan wel hoogbegaafd bent? Volgens psycholoog Renzulli is iemand met de volgende kenmerken hoogbegaafd:

  • Een IQ van 130 of hoger;
  • Bovengemiddelde of buitengewone capaciteiten;
  • Creativiteit en fantasie;
  • Motivatie/doorzettingsvermogen;
  • Invloed leer- en leefomgeving.
(Zie ook: hoogbegaafdheid)
 
2. Hoogbegaafden hebben een sterkere behoefte aan sociaal contact dan niet-hoogbegaafden.
Deze sociale behoefte wordt snel over het hoofd gezien, omdat ze geneigd zijn zich terug te trekken als ze geen gelijkgestemden kunnen vinden. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat de behoefte er niet is!
Veel hoogbegaafden voelen zich eenzaam, omdat hun humor niet wordt begrepen of anderen hun denktempo niet kunnen bijhouden. 
 
3. Elk hoogbegaafd mens is ook hooggevoelig.
maar niet ieder hooggevoelig mens is hoogbegaafd! 

Psychiater Dabrowski stelt dat een hoogbegaafd mens minder prikkels nodig heeft om reacties op te roepen. Hun zintuigen zijn extra ontwikkeld, waardoor zij bijvoorbeeld sneller last hebben van het kriebelen van labeltjes in kleding, harde geluiden of fel licht. Door deze overgevoeligheid komen hoogbegaafden vaak moeilijk tot rust en hebben moeite met inslapen.

 

4. Hoogbegaafdheid ligt al vast bij de conceptie.

Hoogbegaafd kun je niet worden, je wordt ermee geboren! 

 

5. Hoogbegaafden ervaren emoties intenser dan niet-hoogbegaafden. 

Dit komt doordat zij sterk ontvankelijk zijn voor prikkels en een scherp observatievermogen hebben. Zij merken dingen op waarvan anderen zich doorgaans niet bewust zijn.

 

6. Hoogbegaafdheid wordt het vaakst verward met ADHD.

Bij het stellen van een diagnose wordt hoogbegaafdheid het vaakst verward met ADHD. 

Dat komt onder andere omdat beide doelgroepen een hoge mate van prikkelbaarheid kennen.

Een ander verwarrend kenmerk is dat beide doelgroepen geneigd zijn om autoriteiten uit te dagen. Bij de ene doelgroep komt dit voort uit oppositioneel gedrag, terwijl de andere partij dit doet vanuit kritisch denkvermogen.

Tot slot hebben beide groepen vaak problemen op school: de ADHD’er mist de uitleg omdat hij zich niet kan concentreren; de hoogbegaafde kiest er bewust voor om er niet naar te luisteren omdat hij een hekel heeft aan herhaling. Hierdoor mist hij ook nieuwe informatie.

 

7. Onder hoogbegaafde mensen komt relatief veel depressiviteit voor.

Dit heeft te maken met:

  • Intens ervaren van emoties;
  • Sterke verbeelding die angst veroorzaakt voor de toekomst (in de eigen omgeving, maar ook rondom wereldproblemen);
  • Eenzaamheid, doordat zij weinig gelijkgestemden ontmoeten;
  • Hoge verwachtingen van de omgeving en zichzelf, waarin de hoogbegaafde vaak teleurgesteld wordt.

 

8. Dyslectie en dyscalculie komt ook voor bij hoogbegaafden.
Hét bewijs dat deze leerstoornissen niets te maken hebben met intelligentie!
 
9. Bijna alle hoogbegaafde kinderen en jongeren kampen met faalangst.
Dit heeft onder andere te maken met druk: hun vermogens worden vaak hoog ingeschat en zij willen hun omgeving niet teleurstellen.
 
10. Hoogbegaafden gaan relatief vaak van school zonder diploma.
Het reguliere schoolsysteem biedt hen niet voldoende uitdaging, ze kampen met motivatieproblemen of door verveling gaan zij onderpresteren. 
 

Meer weten over hoogbegaafdheid? Klik hier.