Een luisterend oor

Het is al een tijdje stil op mijn Facebook-pagina en de afgelopen tijd heb
ik diverse keren de vraag gehad of ik nog wel coach. Het antwoord is: jazeker!
Maar ik geef toe dat het bijhouden van mijn Facebook-pagina op een lager pitje is komen te staan.

Wij – mijn man en ik – gaan privé momenteel, en eigenlijk al een tijdje, door een heel lastige periode. Zonder teveel uit te weiden over de details, kan ik zeggen dat het soms moeilijk is om positief te blijven en ons hoofd omhoog te houden.

We leven in een maatschappij waar je altijd sterk moet zijn. Succes is een keuze, dus falen is dat ook. Toegeven dat je soms ronduit zwak bent en niets te geven hebt, is alleen voor losers. En praten over je situatie en je pijn kan misschien één of twee keer, maar daarna moet je je er maar overheen zetten. Ook wanneer je het eigenlijk anders voelt, er eigenlijk nog helemaal niet klaar mee bent en het huilen je nog steeds nader staat dan het lachen.

Misschien klinkt dat een beetje vreemd uit de mond van een coach. Wat heeft het nu voor zin om steeds maar te praten over wat je moeilijk vindt? Voor je het weet blijf je er veel te lang in hangen! Je moet aan de slag met jezelf!

Maar wat ik heb gemerkt, is dat je rotgevoel wegstoppen en ‘kop op’ tegen jezelf blijven zeggen, een heel kortwerkend medicijn is. Een psycholoog zei een keer tegen mij: ‘Spaar je tranen nou maar niet op, het komt er toch allemaal een keertje uit. Gevoel is er om gevoeld te worden’. Dat klinkt leuk, tot dat voelen zo’n pijn doet dat je spontaan 10 kilometer wilt gaan hardlopen om ervan af te komen.

Waar ik in deze periode van ons leven achter ben gekomen, is hoe helend en helpend het kan zijn om iemand in je omgeving te hebben waar je je hart bij kunt luchten. Gewoon even een arm om je heen, kunnen vertellen wat je dwars zit, toegeven dat het allemaal even niet meer lukt en even niet sterk hoeven zijn. Even geen goedbedoeld advies, maar je verhaal bij iemand kwijt kunnen die weet wat het is om te luisteren. Even niet ‘aan de slag’ hoeven met jezelf. Überhaupt even niets moeten. Wat heeft dat mij goed gedaan! Door te blijven praten, voelen en luisteren naar wat er in mijn hart leeft, komt er langzaam weer ruimte.

Erin blijven hangen? Natuurlijk moet je daarvoor oppassen. Niet omdat de maatschappij dat vraagt, maar omdat je op een gegeven moment toch verder zult moeten. Alleen is het niet aan anderen om te bepalen wanneer jij verder moet, maar aan jou.

Graag wil ik je aanbieden om een luisterend oor voor je te zijn. Zonder goedbedoeld advies, zonder ‘nu is het wel mooi geweest’ en zonder dat er daarna een factuur op je mat valt. Heb je een luisterend oor nodig? Aarzel alsjeblieft niet om contact met me op te nemen.

Ook zo dol op die hoge lat?

Ken je dat? Dit nog verbeteren, dat nog klaar zetten, daar nog over bellen, dat nog bijschaven… Heb ik het eigenlijk wel goed gedaan? Had ik mezelf in dat gesprek gisteren niet beter kunnen verwoorden?
De moed zou je bijna in de schoenen zinken.  Ik ben vast niet de enige die de neiging heeft om héél streng voor zichzelf te zijn. En daardoor dus nergens tijd voor heeft. Want er zijn altijd nog wel 48 dingen die beter kunnen vandaag. Of die er nog lagen van gisteren.

Dat kan best een voordeel zijn. Waarschijnlijk heeft perfectionisme je al heel ver gebracht en is je moeite al heel vaak beloond. Want waar een ander het opgeeft of steken laat vallen, steek jij er met kop en schouders bovenuit. Dat is eigenlijk best heel knap en cool van jezelf, toch?Maar vermoedelijk ben ik ook hierin niet de enige: je bent er niet trots op, want het kan altijd nóg beter. Of je hebt geen tijd om er bij stil te staan, want het volgende dient zich alweer aan. Maar soms ben ik het ook helemaal zat, dat perfectionisme. Of beter gezegd: de stress die het met zich meebrengt. Afgelopen week besloot ik mijn altijd heel hard doordenderende locomotief even stil te zetten en achterom te kijken naar waar ik nu ben, ten opzichte van een paar jaar geleden.En eigenlijk, heel stiekem, ben ik best trots op wat ik heb opgebouwd. Met hard werken, met vallen en opstaan, soms met een lach en een traan. Maar mijn droom om te werken met kinderen en jongeren, die drie jaar geleden nog totaal onhaalbaar en een ‘helaas, gemiste afslag’ leek, is realiteit geworden in mijn leven. En dat maakt me trots, zo niet apetrots, en heel erg dankbaar 🙂 Hoever ben jij al gekomen? 

Tip: met je kind over gevoelens praten

Ik krijg als kinder- en jongerencoach regelmatig de vraag van ouders hoe zij beter met hun kind over gevoelens kunnen praten. Ze zijn benieuwd wat er in hun kind omgaat, maar krijgen het gesprek niet echt op gang. 

Een tip: maak praten over gevoel net zo makkelijk als praten over het weer!

Spreek met elkaar af om in het gezin af en toe te vragen: hoe voel jij je nu? En hoe komt dat?

Als je als ouders daar zelf open in bent (natuurlijk voor zover een kind jouw gevoelens aan kan) creëer je een klimaat waarin een kind veilig en zonder taboe over zijn gevoel kan praten.
Als je kind thuiskomt en ziet dat jij net hebt gehuild en jou vraagt: ‘Mama, wat is er met je?’ En jij vervolgens antwoordt: ‘Niks lieverd. Het gaat prima.’ Dan is je signaal eigenlijk: wat er ook is, doe alsof het goed gaat. Maar ook: ‘Ik vertrouw het jou niet toe.’
Kinderen pakken zo’n signaal direct op.

Durf kwetsbaar te zijn, zonder je kind jouw lasten te laten dragen. Zeg eerlijk: ‘Mama is verdrietig doordat er een andere moeder iets heel erg onaardigs tegen mij zei. Daar moest ik echt even van huilen. Maar goed. Ik neem even een lekker kopje thee en dan voel ik me zo wel weer beter. We maken het uiteindelijk wel weer goed. Gelukkig heb ik nog heel veel andere vriendinnen. En hoe was jouw dag? Hoe voel jij je vandaag?’

 

Ik ben benieuwd naar je ervaringen!

 

Wil je mij iets beloven?

Afgelopen week ontving ik drie keer een overlijdensbericht. Alle drie mensen die veel te jong kwamen te overlijden. Onverwacht. Mensen die nog dromen hadden. Mensen die nog vakantieplannen maakten. Mensen die nog ‘tot volgende week’ hadden gezegd voor het weekend. Nabestaanden achterlatend, die vanaf nu krassen op hun ziel zullen hebben die ze altijd bij zich zullen dragen. Toen ik even alleen was, vloog het me aan. Hoewel ik hen niet persoonlijk kende, zag ik het intense verdriet van de mensen om hen heen en ik kon me er met geen mogelijkheid voor afsluiten. Ken je dat? Zo’n moment dat je wordt stilgezet en met je neus op de feiten wordt gedrukt?  Zo’n moment waarop je ineens beseft hoeveel je eigenlijk hebt, hoe dankbaar je zou moeten zijn voor alle kleine dingen in je leven?Zo’n moment waarop het tot je doordringt hoeveel je eigenlijk klaagt over totaal onzinnige dingen die als sneeuw voor de zon verdwijnen als zulke berichten je bereiken.Zo’n moment waarop je je beste vriendin even laat weten hoeveel je eigenlijk om haar geeft, omdat je ineens ziet hoe plotseling je je dierbaren kunt verliezen.
Zo’n moment waarop je tegen iemand zegt: ‘App je even als je thuis bent?’ 
Zo’n moment waarop alles, behalve je dierbaren, onbelangrijk wordt. Wil je mij iets beloven? Dat je het goed zult maken met die (ooit) dierbare waarmee je al tijden ruzie zoekt omdat je allebei te trots bent?Dat je even een momentje apart zet om dankbaar te zijn voor alles wat je wél hebt?Dat je even jezelf opzij zet om aandacht te besteden aan die dierbare die jou heel hard nodig heeft, maar waarvoor jij het eigenlijk te druk hebt? Want of later komt, dat weet je nooit.

Het leed dat ‘het eerste jaar op het HBO’ heet

Een aantal weken geleden kwam er een studente bij me. Het huilen stond haar nader dan het lachen.Vol enthousiasme was zij begonnen aan haar HBO-studie afgelopen zomer. Maar nu, een paar maanden later, had ze het gevoel dat ze net zo goed kon stoppen. Er stonden 4 herkansingen op de agenda, de deadline van nieuwe opdrachten kwam steeds dichterbij en er stond een toetsweek op de planning.  Ze was tot de conclusie gekomen dat ze het niet meer ging halen. Misschien was deze studie gewoon niets voor haar, of te hoog gegrepen. Graag wilde ze met me praten om te kijken hoe ze het nu het beste kon aanpakken om het komende halfjaar nuttig te besteden en na te denken over een plan B voor het nieuwe schooljaar. Na een tijdje met elkaar te hebben besproken, vroeg ik haar: ‘Zou je het niet nog één kans willen geven? Als we samen proberen op een rijtje te zetten wat je nog moet doen, wat er nog moet worden ingehaald en wat er nog te halen valt voor komende toetsweek?’We waren er in het gesprek achter gekomen dat deze studie wél de juiste keuze was geweest: haar grote passie lag in dit vak.  Ze aarzelde. ‘Tja… Ik wil het wel graag, hoor. Maar ik zie het gewoon echt niet meer. Hoe kan ik dit ooit nog allemaal inhalen?’Ze besloot het een kans te geven. We pakten de laptop erbij, een paar grote vellen papier en we begonnen op een rijtje te zetten wat er allemaal nog moest gebeuren. We achterhaalden de deadlines en schreven elk gaatje in de agenda op. Toen begonnen we per dag een planning te maken. En ja, er moest rijles, muziekles, sportavond en meidenavond worden afgezegd. Dat kwam later wel weer; het was nu zaak om gas te geven! Na 2.5 uur hadden we een planning af. Het zou een hele kluif worden, maar een groot deel van de toetsen en opdrachten was nog haalbaar en over andere zaken konden afspraken worden gemaakt met docenten. Van een enkele toets namen we voor lief dat ze die waarschijnlijk niet ging halen en later zal moeten overdoen. Toen ze vertrok, kon ze weer voorzichtig lachen. Zou het toch nog goed komen dit eerste jaar? Anderhalve maand later kwam ze weer langs. Ze zei: ‘Ik heb echt onder een steen gezeten de afgelopen weken. Dag sociaal leven! Maar… Hoi superleuke studie!’ Ze had een heel groot deel van haar achterstand ingehaald. Er was nog een weg te gaan, maar nu de toetsen voorbij waren, de herkansingen gehaald waren en er een heleboel opdrachten ingeleverd waren (die toch stiekem soms ook best mee bleken te vallen!) was er een enorme last van haar schouders gevallen. We gebruikten de tweede sessie om te ‘leren leren’, want daar wringt de schoen: veel studenten weten gewoonweg niet hoe ze een enorme berg studiewerk moeten plannen of in hun hoofd moeten krijgen en raken het overzicht kwijt. Ik hoop dat ik je heb kunnen inspireren met dit voorbeeld. En als je in het zelfde schuitje zit als bovenstaande dame, aarzel dan alsjeblieft niet om contact met mij op te nemen 😉  Klik hier om meer te weten te komen over mijn studieboost programma!

10 weetjes over hoogbegaafdheid

Hoe meer ik leer over hoogbegaafdheid, des te meer ik ontdek hoeveel misvattingen er eigenlijk over bestaan! Wist jij deze feitjes al over hoogbegaafdheid?

 

1. Hoogbegaafdheid is méér dan een hoog IQ alleen!

Inderdaad, hoogbegaafden hebben een hoog IQ. Maar niet iedereen met een hoog IQ is hoogbegaafd! Wanneer je dan wel hoogbegaafd bent? Volgens psycholoog Renzulli is iemand met de volgende kenmerken hoogbegaafd:

  • Een IQ van 130 of hoger;
  • Bovengemiddelde of buitengewone capaciteiten;
  • Creativiteit en fantasie;
  • Motivatie/doorzettingsvermogen;
  • Invloed leer- en leefomgeving.

(Zie ook: hoogbegaafdheid

2. Hoogbegaafden hebben een sterkere behoefte aan sociaal contact dan niet-hoogbegaafden.

Deze sociale behoefte wordt snel over het hoofd gezien, omdat ze geneigd zijn zich terug te trekken als ze geen gelijkgestemden kunnen vinden. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat de behoefte er niet is!
Veel hoogbegaafden voelen zich eenzaam, omdat hun humor niet wordt begrepen of anderen hun denktempo niet kunnen bijhouden.  

3. Elk hoogbegaafd mens is ook hooggevoelig.

maar niet ieder hooggevoelig mens is hoogbegaafd! 

Psychiater Dabrowski stelt dat een hoogbegaafd mens minder prikkels nodig heeft om reacties op te roepen. Hun zintuigen zijn extra ontwikkeld, waardoor zij bijvoorbeeld sneller last hebben van het kriebelen van labeltjes in kleding, harde geluiden of fel licht. Door deze overgevoeligheid komen hoogbegaafden vaak moeilijk tot rust en hebben moeite met inslapen.

 

4. Hoogbegaafdheid ligt al vast bij de conceptie.

Hoogbegaafd kun je niet worden, je wordt ermee geboren! 

 

5. Hoogbegaafden ervaren emoties intenser dan niet-hoogbegaafden. 

Dit komt doordat zij sterk ontvankelijk zijn voor prikkels en een scherp observatievermogen hebben. Zij merken dingen op waarvan anderen zich doorgaans niet bewust zijn.

 

6. Hoogbegaafdheid wordt het vaakst verward met ADHD.

Bij het stellen van een diagnose wordt hoogbegaafdheid het vaakst verward met ADHD. 

Dat komt onder andere omdat beide doelgroepen een hoge mate van prikkelbaarheid kennen.

Een ander verwarrend kenmerk is dat beide doelgroepen geneigd zijn om autoriteiten uit te dagen. Bij de ene doelgroep komt dit voort uit oppositioneel gedrag, terwijl de andere partij dit doet vanuit kritisch denkvermogen.

Tot slot hebben beide groepen vaak problemen op school: de ADHD’er mist de uitleg omdat hij zich niet kan concentreren; de hoogbegaafde kiest er bewust voor om er niet naar te luisteren omdat hij een hekel heeft aan herhaling. Hierdoor mist hij ook nieuwe informatie.

 

7. Onder hoogbegaafde mensen komt relatief veel depressiviteit voor.

Dit heeft te maken met:

  • Intens ervaren van emoties;
  • Sterke verbeelding die angst veroorzaakt voor de toekomst (in de eigen omgeving, maar ook rondom wereldproblemen);
  • Eenzaamheid, doordat zij weinig gelijkgestemden ontmoeten;
  • Hoge verwachtingen van de omgeving en zichzelf, waarin de hoogbegaafde vaak teleurgesteld wordt.

 

8. Dyslectie en dyscalculie komt ook voor bij hoogbegaafden.

Hét bewijs dat deze leerstoornissen niets te maken hebben met intelligentie! 

9. Bijna alle hoogbegaafde kinderen en jongeren kampen met faalangst.

Dit heeft onder andere te maken met druk: hun vermogens worden vaak hoog ingeschat en zij willen hun omgeving niet teleurstellen. 

10. Hoogbegaafden gaan relatief vaak van school zonder diploma.

Het reguliere schoolsysteem biedt hen niet voldoende uitdaging, ze kampen met motivatieproblemen of door verveling gaan zij onderpresteren.  

Meer weten over hoogbegaafdheid? Klik hier.

Help, ik heb gefaald!

Het kan best een drempel zijn voor u als ouder om daadwerkelijk om hulp te vragen. Gevoelens zoals ‘heb ik het wel goed gedaan?’ of ‘heb ik gefaald?’ kunnen zomaar de kop opsteken. Ik wil u geruststellen: ieder kind en iedere ouder kan in een fase terechtkomen waarin je even vastloopt: er is tenslotte nog geen handboek over opvoeden uitgevonden dat voor ieder kind goed werkt.

Daarom daag ik u uit om over de drempel heen te stappen en een stap te nemen. Samen kunnen we kijken wat ervoor kan zorgen dat u en uw kind weer verder kunnen.

Mijn aanpak kan het beste worden beschreven als no nonsense: niets zweverigs, maar gewoon ontspannen kijken waar u tegenaan loopt en welke aanpak bij uw kind zou kunnen passen.

U kent uw kind het allerbeste en deze kennis combineer ik graag met mijn pedagogische achtergrond. Ik ben ervan overtuigd dat wij uw kind samen weer op weg kunnen helpen.

Neemt u contact met me op? Alvast bedankt voor het vertrouwen!

Kinderleed

Ik hoorde eens een spreker zeggen: “Ik geloof dat God in ieder mens een stukje van Zijn leed heeft gelegd, een stukje van Zijn verdriet, een frustratie waarmee iemand aan de slag wil.”

Nou, als dat zo is, dan heeft God in mij het stukje kinderleed gelegd. Hoewel ik ook verdrietig wordt van dierenleed, slavernij enzovoort, kan ik echt tranen met tuiten huilen om onrecht rondom kinderen.
De meest uiteenlopende onderwerpen kunnen mij raken: eenzaamheid, mishandeling, een kind dat valt met de fiets of een vinger tussen de deur, niet mee mogen doen op het schoolplein.

Het liefst neem ik ze op schoot, knuffel ik met ze, haal ik een boodschappentas vol Haribo-snoepjes in huis of maak ik een mooie knutsel samen, als ik daarmee het leed kan verzachten. 

Dit is ook de reden dat mijn man en ik weekendpleegouder zijn geworden: om gewoon iets kleins te kunnen doen in het leven van een kind dat het zo hard nodig heeft. Want tegelijk is het tegengestelde wat mij intens gelukkig maakt: een grote grijns op een lief snuitje!

Ik ben daarom trots en razend enthousiast dat ik nu van start ga als kindercoach: óók leed als faalangst, onzekerheid, moeite met sociale vaardigheden of gepest worden, gaan mij erg aan het hart. En hoe gaaf is het, als het dan je beroep wordt om bij een aantal kinderen dit leed uit te wereld te mogen helpen! 

Welk leed wil jij uit de wereld helpen?